Nieuws
Groene wind
29 december 2009
Herinnert u zich ons artikel “Windturbines van de baan ?” van begin september nog ? Daarin schreven we dat door het ‘njet’ van het leger de drie windturbines die de groep “Megawindy” in Berlaar wou inplanten er niet zouden komen, maar … dat dit nog niet wou zeggen dat het hele windmolenidee daarmee van de baan is. Het was duidelijk dat de Berlaarse groenen de strijd nog niet hadden opgegeven en ons vermoeden was groot dat “Megawindy” eigenlijk niet meer is dan een door Groen! Berlaar gestuurde groep. Wel, we zaten er echt niet naast.
In het blaadje dat de Berlaarse groenen zopas in de brievenbussen staken, lezen we immers onomwonden dat “Megawindy” een werkgroep is die vorig jaar werd opgericht “onder impuls van Groen! Berlaar” en … een even onomwonden pleidooi om in onze gemeente toch nog windturbines neer te poten. Dat zulke turbines een hele belasting betekenen voor een landelijk dorp als Berlaar, daar wordt rond gefietst en concrete nadelen worden geminimaliseerd of gewoon ontkend.
Onhaalbaar
In het jongste nummer van het infoblad van vervoersmaatschappij De Lijn wordt heel wat aandacht besteed aan groene energie. Ook elektriciteit voortgebracht door windturbines komt aan bod. We lezen letterlijk: “Groene stroom is duurder, maar het verschil in prijs wordt grotendeels gecompenseerd door een federale subsidiemaatregel. We verbruiken in onze gebouwen zowat 80 000 megawatt-uur per jaar. Dat is heel wat. Ter illustratie: de grote windturbines langs de Vlaamse autosnelwegen leveren vandaag ongeveer 6,5 megawatt-uur per jaar. We zouden dus 12 300 van die windmolens nodig hebben voor onze stroomvoorziening, onhaalbaar dus.”
In een gemeente als Berlaar wordt heel wat minder stroom verbruikt. Ruwweg een vierde daarvan. En ja, als we andere infobronnen raadplegen dan zouden er daarvoor heel veel minder dan 3 000 turbines nodig zijn … maar zelfs dan zullen drie turbines in Berlaar lang niet volstaan. Het Vlaams Belang blijft er dan ook bij dat windturbines moeten worden verzameld in industriegebieden, langs lijninfrastructuur zoals het hoofdwegennetwerk en kanalen en in randstedelijke omgevingen.