Initiatieven
De bevoegdheid van het gemeentebestuur om te beslissen over de vestiging van grote winkels
Gemeenteraad
17 mei 2005
Sinds 1 maart jl. is een wet van kracht (wet betreffende de vergunning van handelsvestigingen van 13 augustus 2004) die ervoor moet zorgen dat ondernemers gemakkelijker een zaak kunnen starten en die de procedure vereenvoudigt voor grote winkels om zich te vestigen. Voor ons is vooral van belang dat deze wet de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur in de vergunningsprocedure aanzienlijk heeft doen toenemen.
De beslissingsbevoegdheid voor het toekennen van een sociaal-economische vergunning (die is vereist, naast de stedenbouwkundige vergunning en de eventuele milieuvergunning, voor handelszaken vanaf 400 m² netto handelsoppervlakte) voor een winkel of van een winkelcomplex ligt nu exclusief bij het gemeentebestuur wanneer de verkoopoppervlakte ligt tussen de 400 m² en 1000 m². Voor winkels groter dan 1000 m² moet het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie een met redenen omkleed advies verstrekken aan de aanvrager en aan het college van burgemeester en schepenen. Dit advies is echter niet bindend. Voor een vestiging met een netto handelsoppervlakte van meer dan 2000 m² moeten ook de aangrenzende gemeenten bij het advies worden betrokken.
Moeilijkheden bij de behandeling van een aanvraag:
Het ontbreken van expertise om de vestigingsaanvragen te beoordelen ondergraaft het uitgangspunt van de wet dat het gemeentebestuur het best geplaatst zou zijn om de impact op de lokale middenstand van het inplanten van een grote winkel in te schatten. Berlaar kent reeds een aantal grotere handelsvestigingen. Oordelen of er nog plaats is voor extra vestigingen of niet, zal dan ook moeten gebeuren op basis van een onderbouwd dossier.
- Beschikt het gemeentebestuur hiervoor over de vereiste expertise ?
In geval van grote projecten waarvan de impact de gemeentegrens overschrijdt, bestaat het risico dat gemeentebesturen – al dan niet bewust – geen advies verlenen. Hiermee geven zij de aanvrager echter stilzwijgende goedkeuring. Tevens bestaat het risico dat wanneer een gemeentebestuur er niet in slaagt een weigering voldoende te motiveren, het dan maar – ook om een beroepsprocedure te vermijden – goedkeuring verleent.
Dit alles schept echter onzekerheid bij de gevestigde middenstand. Deze onzekerheid kan worden weggenomen door de middenstand inspraak te geven. Het Vlaams Belang pleit daar in elk geval voor.
- Graag had ik vernomen of het gemeentebestuur voorziet in deze inspraak ?
- Zo ja, op welke manier ?
- Is het gemeentebestuur van plan hiervoor een akkoord te sluiten met de middenstand of de middenstandsorganisatie(s) ?
- Zo ja, zal het gemeentebestuur dit overleg als bindend beschouwen ?
De belangenorganisatie van de kleine zelfstandigen Unizo heeft alle gemeentebesturen in Vlaanderen aangeschreven en gevraagd of deze zich akkoord willen verklaren om, alvorens te beslissen, systematisch overleg te plegen met de lokale handelaars.
- Heeft het gemeentebestuur van Berlaar dit schrijven ook ontvangen ? En wat heeft het bestuur erop geantwoord ?
Een ander gevaar is dat een gemeentebestuur er niet in slaagt een evenwichtige beslissing te nemen door een gebrek aan een globale beleidsvisie inzake ruimtelijke ordening. Het ontbreken van een belangrijk beleidsinstrument zoals het gemeentelijke ruimtelijk structuurplan, kan een indicatie voor dit gevaar zijn. Het is immers in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan dat de gemeente haar visie op de ruimtelijke ontwikkeling van het grondgebied weergeeft.
Ondanks eerdere verklaringen van de schepen dat het ruimtelijk structuurplan Berlaar zeker klaar zou zijn tegen 1 mei van dit jaar, heeft Berlaar nog altijd geen goedgekeurd ruimtelijk structuurplan.
- Graag had ik dan ook vernomen hoever het staat met de opmaak en goedkeuring van het ruimtelijk structuurplan Berlaar ?
- In de gemeenteraad van 18 mei ’99 werd een intentienota goedgekeurd. In de gemeenteraad van 19 december 2000 werd een startnota goedgekeurd. En tijdens de vergaderingen van de “uitgebreide stuurgroep ruimtelijk structuurplan” begin vorig jaar werd een tweede versie van de zogenaamde problemen en kansennota besproken. Ondertussen vernamen we over het Berlaarse RSP niets meer. Een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan bestaat officieel echter uit drie welomschreven gedeelten: het informatief gedeelte waarin de bestaande ruimtelijke structuur wordt weergegeven, het richtinggevend gedeelte waarin de gewenste ruimtelijke structuur wordt aangeduid en het bindend gedeelte dat aangeeft welke acties de gemeente zal uitvoeren om de gewenste ruimtelijke ordening te realiseren. Wat is van deze officiële gedeelten nu gerealiseerd en wat niet ?
Met een recente aanpassing van het decreet op de ruimtelijke ordening, besliste het Vlaams Parlement dat de gemeenten twee jaar uitstel krijgen (tot mei 2007) om te voldoen aan de vijf voorwaarden waarin het decreet voorziet om vanaf dan zelf stedenbouwkundige vergunningen te kunnen verlenen. Beschikken over een goedgekeurd ruimtelijk structuurplan is een van deze vijf voorwaarden (Berlaar voldoet momenteel aan slechts één voorwaarde: beschikken over een gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar). Er resten dus nog twee jaar om het Berlaars RSP klaar te krijgen.
Dirk Aras
Gemeenteraadslid
Categorie: